Direct naar de inhoud
Helena Schaken

ECO B30 · Halfopen spelen

De Rossolimo-aanval geeft de Siciliaanse opening een positionele wending

Met 3.Lb5 ontwikkelt wit snel een loper en zet tegelijk druk op het paard op c6. De Rossolimo-aanval vermijdt veel scherpe hoofdvarianten van de Siciliaanse opening, maar vraagt van beide spelers wel om een duidelijk plan.

Door Helena Verhoeven · Bijgewerkt op

Stelling na 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5

Speel verder tegen de computer
Opening
Rossolimo-variant · internationaal: Sicilian Defense: Nyezhmetdinov-Rossolimo Attack
Zetten
1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5
ECO-code
B30 · familie B30–B31
Familie
Halfopen spelen (1.e4, zwart antwoordt anders)
Genoemd naar
Nicolas Rossolimo, schaker
Eerste bekende periode
1845 (vroegst teruggevonden partij)
Karakter
positioneel, vast opzetsysteem, gericht op tegenaanval
Geschikt voor
gevorderde clubspelers
Varianten in de database
8 lijnen met deze naam

De Rossolimo-variant ontstaat na 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5. Wit ontwikkelt een stuk en valt tegelijk het paard op c6 aan, dat zwart helpt het centrum te controleren. Anders dan na 3.d4 opent wit het centrum niet meteen. De partij krijgt daardoor vaak een positioneler karakter, al kunnen de stelling en plannen per antwoord van zwart flink verschillen. De Rossolimo is een zijvariant van de Siciliaanse opening.

Waarom staat de loper op b5?

Na 1.e4 c5 bestrijdt zwart het centrum vanaf de flank. Met 2.Pf3 ontwikkelt wit een paard en bereidt die vaak d4 voor. Zwart speelt 2…Pc6, waarna 3.Lb5 de druk op het paard opvoert. Wit kan later op c6 slaan, maar hoeft dat niet meteen te doen. De loper kan ook teruggaan of wit kan eerst verder ontwikkelen en rokeren.

Zwart kan de dreiging op het paard op verschillende manieren opvangen. Een veelgebruikte aanpak is 3…g6, gevolgd door …Lg7: zwart ontwikkelt zijn loper over de lange diagonaal en maakt zich klaar om te rokeren. Andere mogelijkheden zijn 3…e6, waarmee zwart onder meer …d5 voorbereidt, en 3…Pf6, dat meteen een stuk ontwikkelt. De keuzes leiden tot andere pionstructuren en plannen; er is dus geen automatische zetvolgorde die voor elke stelling geldt. De naam en zettenreeks staan ook als de “Nyezhmetdinov-Rossolimo Attack” in de openingsdatabase van Lichess.

Wie gaf de opening haar naam?

De zetten zijn ouder dan de naam. Schaakhistoricus Edward Winter vermeldt als vroegst teruggevonden partij met 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 een partij van Elijah Williams tegen John Withers uit 1845. Ook schrijft hij dat Aron Nimzowitsch de opstelling in 1927 speelde. Nicolas Rossolimo maakte de opening later bekend door haar vaak te gebruiken, maar geldt dus niet als de uitvinder. Volgens Winter is niet precies vastgesteld wanneer zijn naam aan de variant werd verbonden; zijn schaakhistorische naspeuringen maken dat onderscheid duidelijk.

De dubbele naam op Lichess verwijst ook naar Rashid Nezhmetdinov, maar uit de geraadpleegde historische bron blijkt niet precies welke rol hij speelde bij het ontstaan of de naamgeving. Daarom is het veiliger Rossolimo een popularisator te noemen dan één speler als bedenker aan te wijzen.

Welke plannen passen bij wit en zwart?

Wit kiest vaak tussen twee ideeën. Je kunt de loper op b5 houden, ontwikkelen en later proberen d4 door te zetten. Of je slaat op c6: na …dxc6 krijgt zwart dubbele c-pionnen, pionnen op dezelfde lijn, maar ook het loperpaar en open lijnen voor tegenspel. Die pionnen zijn niet vanzelf zwak; wit moet ze daadwerkelijk kunnen aanvallen.

Zwart probeert doorgaans soepel te ontwikkelen en het centrum met …d5 of …e5 te bestrijden, afhankelijk van de stelling. Na …g6 hoort …Lg7 vaak bij het plan; na …e6 kan zwart onder meer …d5 nastreven. Wie zwart speelt, moet dus niet alleen de loper wegjagen, maar ook zorgen dat de stukken samenwerken en de centrumdoorbraak goed getimed is. De uitleg van Chess.com over de Rossolimo benadrukt dat wit hiermee vaak een strategischer gevecht kiest dan in de Open Siciliaan.

Welke fouten zijn makkelijk te vermijden?

Wit kan te vroeg op c6 slaan zonder plan voor de verzwakte pionnenstructuur. Zwart kan op zijn beurt de ruil onderschatten en aannemen dat het loperpaar elk structureel nadeel vanzelf compenseert. Ook is het riskant om zonder voorbereiding …d5 of …e5 te spelen: kijk eerst of die pionzet niet een belangrijk veld of een stuk onbeschermd achterlaat. In plaats van zetten uit het hoofd te leren, helpt het om na 3.Lb5 te bepalen welke pionnenstructuur je wilt en waar je stukken thuishoren.

De Rossolimo past bij wit als je de Siciliaanse opening wilt spelen zonder direct in de scherpste Open Siciliaanse hoofdvarianten terecht te komen, en als je graag op structuur en ontwikkeling speelt. Zwart krijgt nog steeds actieve mogelijkheden, maar moet kiezen hoe het centrum wordt opgebouwd. Je kunt de zettenreeks en verschillende antwoorden oefenen door tegen de computer te spelen.

Veelgestelde vragen

Is de Rossolimo-variant hetzelfde als de Moskou-variant?

Nee. De Rossolimo ontstaat na 1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5. De Moskou-variant begint doorgaans met 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.Lb5+. Beide systemen gebruiken de loperzet naar b5 tegen de Siciliaanse verdediging, maar de zetvolgorde bepaalt welke variantnaam en stelling ontstaan.

Moet wit in de Rossolimo op c6 slaan?

Nee. Lxc6 is een belangrijke keuze, maar wit kan de loper ook op b5 houden en verder ontwikkelen. Slaan kan zwakke dubbele c-pionnen opleveren voor zwart, maar zwart krijgt er het loperpaar en mogelijke open lijnen voor terug. Kies dus op basis van de stelling en je plan, niet omdat de ruil altijd gunstig zou zijn.

Zetten, varianten en ECO-codes: lichess-org/chess-openings (CC0), geraadpleegd op 2026-10-05.